In het voorjaar van 1968 was het dan eindelijk zover. De restauratie, uitgevoerd onder toezicht van Monumentenzorg en onder leiding van ir. J.B. Baron van Asbeck, zou twee jaar gaan duren, zo was de algehele verwachting.
Foto's 'De oude kerk'


Al snel werd echter duidelijk dat de gebreken aan het gebouw enorm waren. In de eerste dagen werd het interieur (orgel, banken, preekstoel, rouwborden en de grafzerken) uit het T-vormige gebouw verwijderd. De schrik zat er meteen goed in want door het verwijderen van het interieur kon worden vastgesteld dat de gebreken nog groter waren dan werd verondersteld. Enorme scheuren werden zichtbaar en verzakkingen waren her en der waarneembaar. Echte paniek bleef vooralsnog uit omdat in het door de kerkeraad opgestelde budget voldoende ruimte was gehouden voor tegenslagen. De betreffende kostenrekening van bijna 350.000 gulden werd voor 90% door Rijk en Provincie gesubsidieerd terwijl de overige 10% door de Hervormde gemeente Piershil werd bijeengebracht.
Foto's 'Kerk veranderd in een ruïne' - 1968
In deze fotoserie is te zien dat er na de start van de restauratie al snel weinig bruikbaars meer overbleef.












Knipsels kerk veranderd in een ruïne







Foto Achterzijde Kerk - 1930
Op oude foto's en ansichtkaarten is de kerk altijd vanaf de achterzijde te zien. Zo ook op de foto uit 1933 waarop nazaten van J.A. Kleynenberg, chirurgijn van Piershil van 1817 tot 1866, op het terrein van het voormalige Hof van Piershil even uitrusten bij de watering. Dat komt omdat de kerk aan de zijde van de Voorstraat grotendeels verdween achter de huizen op de voorgrond.

Foto achterzijde Kerk

Plattegrond Rondom de kerk 1968
Zoals te zien is op de plattegrond uit 1968 was het een dichtbebouwd gebied. Pas na de sloop van alle huisjes, de oude school en tenslotte ook het Meestershuis kreeg het gebied rondom de kerk haar huidige open karakter.

De restauratie startte als een routineklus voor de firma Woudenberg uit Ameide. Door fysieke afscherming, enkele huizen ontnamen immers het zicht op de kerk en rondom het bouwgebied werd een flinke omheining geplaatst, werden de herstelwerkzaamheden grotendeels aan het oog onttrokken. Op 24 mei 1968, tijdens de eerste bouwvergadering, werd iederen duidelijk dat er van restauratie helemaal geen sprake meer kon zijn. Het gebouw zou tot op de grond moeten worden afgebroken en de geplande restauratie zou een nieuwbouw 'oude stijl' moeten worden. Met die constatering begon de touwtrekkerij tussen Gemeente en Monumentenzorg met als centrale vraag: wie gaat dit betalen? Hierop kwam geen snel antwoord en nadat het gebouw volledig was afgebroken kwamen de activiteiten geruime tijd stil te liggen. Dat kwam ook omdat als gevolg van de onverwachte maar noodzakelijke nieuwbouwplannen een grondruil moest plaatsvinden met de gemeente. Er was nieuwe grond nodig terwijl op andere plaatsen grond over bleef. Op zondag 5 mei 1968 vond de eerste kerkdienst in dorpshuis Renesse plaats en men hoopte aanvankelijk in mei 1970 weer terug te kunnen naar het nieuwe kerkgebouw. Dat bleek ijdele hoop want over de aanzienlijke kostenstijging en de noodzakelijke grondruil werd maandenlang onderhandeld.
Foto Alleen de toren staat nog

Tekening Alleen de toren staat nog

