Volgens de overlevering is Simonia de tweede molen die Piershil rijk is. Een duik in de archieven geeft een ander beeld en het mysterie is geboren.
De oorspronkelijke houten molen (een vermoedelijk voor die tijd gebruikelijk standerdmolen) werd door brand vernietigd. Jonkheer Gillis van Hesse deed in 1712 al zijn tienden (tiende gedeelte van de oogst dat men vroeger aan de eigenaar van de grond of aan de kerk moest afstaan) in Oud-,Nieuw- en Klein-Piershil over aan de regenten van het burgerweeshuis. Deze Gillis van Hesse, de nieuwe commandeur van fort Veere, vond dat hij bij zijn vertrek iets moest doen voor de inwoners van Piershil. Iets, zoals men van een ambachtsheer kon verwachten. Hij liet de door brand verwoeste korenmolen in 1714 vervangen door een nieuwe stenen windkorenmolen. Hij liet daarop het wapen van zijn familie en dat van zijn echtgenote, Cornelia de Crauwelaer, aanbrengen. De prachtige nieuwe molen werd gezien als een parel voor het dorp Piershil. Voor Gillis van Hesse liep de bouw minder prettig af. De totale bouwkosten sloegen een gat in zijn toch al beperkte financiën (na een sterfgeval in de familie eisten erfgenamen hun deel op) zodat al zijn bezittingen in Piershil te Rotterdam in publieke veiling moesten worden gebracht.
Afbeelding standermolen

De ambachtsheerlijkheid kwam hierdoor in het najaar van 1721 in het bezit van Mr. Hendrik Pelt, oud-schepen van Rotterdam en bewindhebber van de West-Indische Compagnie aldaar. Behalve de ambachtsheerlijkheid omvatte de koop "het aan de zuidzijde van het dorp gelegen buitenverblijf van de ambachtsheren (het Hof van Piershil) met bijbehorende tuinen, vijvers en uitgebreide landerijen, twee stukken dijk, een blok koren-, vlas en lammertienden, het op de huizen binnen Piershil rustende schaftgeld en de nieuwe korenmolen". Een van de eerste "coornmolenaars" te Piershil in deze tweede molen was Cornelis Jongejan die in 1739 kwam te overlijden. Hij huurde de molen van Hendrik Pelt. In de negentiende eeuw viel ook deze molen bijna geheel ten prooi aan de vlammen. De prachtige fundatiesteen bleef gespaard. Deze steen, met daarop het alliantiewapen, werd in 1845 ingemetseld in de oostzijde van de derde molen: Simonia. Volgens molenaar Hogenboom is er geen mysterie. Het kan best zijn dat er een derde molen was, maar die kan overal hebben gestaan. "Mij is altijd verteld dat Simonia de opvolger is van een houten Standerdmolen", aldus de molenaar in april 2006. "Simonia is in 1845 gebouwd en toen is ook die steen met daarop het jaar 1714 gemaakt en ingemetseld. Men heeft dit gedaan om te eren dat 131 jaar daarvoor een stuk polder (de achtergelegen westelijke polder) is bedijkt door toedoen van Van Hesse en De Crauwelaer". Over deze theorie is in de archieven niets te vinden.
Foto Simonia - 2005

