|
Vanuit Piershil is één geregistreede (en in tweede instantie geslaagde) poging ondernomen om in Engeland te komen.
'Engelandvaarder' was de erenaam voor alle mannen en vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog, na de capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten en vóór de geallieerde invasie in Normandië op 6 juni 1944 uit bezet gebied wisten te ontsnappen met de bedoeling zich in Engeland of ander geallieerd gebied bij de geallieerde strijdkrachten aan te sluiten. In 1944 maakte Flip Winckel (1919) met Edzard Moddemeyer (1916, elektrotechnisch ingenieur) en drie studenten geologie John Osten (1920), Hein Fuchter (1921) en Henk Baxmeier (1920) de enige succesvolle tocht van dat jaar over de Noordzee. Begin november 1943 hadden zij een Zuiderzeevlet van 7 meter gekocht welke werd uitgerust met een 60pk Chevrolet truckmotor uit 1929. Op de werf van de Gebroeders Thijssen in Leidschendam werd de boot zeewaardig gemaakt. Toen de boot klaar was, werd zij aan boord door de binnenvaart-stoombootdienst van Rederij P.J. Planjer van Leiden naar Dordrecht gebracht en vervolgens door passagiersschipper Boot naar Puttershoek gesleept voor een aantal proefvaarten. Veel hulp kregen deze Engelandvaarders van boer Klaas van Bergeijk in Piershil. Van Bergeijk, een vooraanstaand lid van de LO en de KP, regelde tevens de laatste hoeveelheid van de benodigde brandstof voor deze vlucht. Na een mislukte poging op 17 februari 1944 vertrekken de mannen op 23 februari 1944 (de koudste dag van de winter!) via het Spui over het Haringvliet. Die avond kreeg het vijftal onderdak in Zuidland bij boer Jacob van Bergeijk, een broer van Klaas van Bergeijk. Na het vallen van de duisternis is het dan eindelijk zo ver. Men is in het bezit van documenten die afkomstig zijn van het verzet en mee naar Londen moeten. Deze documenten hingen in waterdichte en verzwaarde sigarenblikken aan een touwtje overboord voor onmiddellijke verzinking. Men weet een aantal Duitse wachtscheepjes behorende aan de Rheinflottille te ontlopen en ontsnappen zo naar open zee. Zo ontsnappen ze naar open zee maar niet voordat de rijke kost, door boerin Johanna van Bergeijk voorgeschoteld, bij sommigen naar boven komt. Op 24 februari om 12:30 haalt Flight Lieutenant Sidney Spencer Bates, schipper van RAF High Speed Rescue Launch 185, hen 65 km ten oosten van Great Yarmouth uit zee op. Zodra ze waren overgestapt, brachten ze met het boordgeschut hun bootje zelf tot zinken.
Een Amerikaanse filmer, Captain Anthony J. Hardy, van de 8th USAAF Bomber Command te High Wycombe, heeft de RAF redding op 16mm-film vastgelegd. Hardy was aan boord om reddingsacties van de bemanning van neergeschoten Amerikaanse vliegtuigen te filmen tijdens Operation Argument. Operation Argument stond ook bekend als Big Week, een vijf dagen durende hevig bombardement van Duitse doelwitten ter voorbereiding van D-Day. De 3-minuten durende film heeft hij later aan Baxmeier gegeven, die de film doorgaf aan Dr. Lou de Jong. Nu is de film in bezit van de zoon van Flip Winckel. De foto links is een beeld uit deze film, met v.l.n.r. Hein Fuchter (op de boeg), John Osten, Edzard Moddemeijer, Flip Winckel en Henk Baxmeier (aan het roer). De vlag over de buiskap werd aan RAF schipper Flight Lieutenant Sidney Spencer Bates MBE geschonken en tevens een fles oude jenever die voor de bittere kou in voorraad was. Op 26 mei 1944 kreeg Winckel onder Koninklijk Besluit No. 9 van koningin Wilhelmina het Bronzen Kruis, samen met de andere vier heren.
|